Wanneer ga jij met pensioen?
Het lijkt een onschuldige vraag, maar het kan een ingewikkelde zijn.
Ken je dat soort situaties?
Aan tafel. Op een verjaardag. Half tussen twee gesprekken in.
“Wanneer ga jij met pensioen?” of “Jij gaat nu ook stoppen toch?”
Alsof het niks is.
Maar bij mij komt die niet onschuldig binnen.
Die vraag kwam binnen als een steek. Bam!
Want wat ik dacht, maar niet zei, was:
“ga lekker zelf met pensioen. Ik moet nog beginnen.”
Zo voelt het.
Want wat ik denk is:
Ik moet nog beginnen.
En dat is geen grap.
De afgelopen jaren heb ik dat vaker meegemaakt.
En ik snap het ook wel.
En het is natuurlijk altijd goed bedoeld, maar toch…
Mensen om me heen zijn bezig met afbouwen.
Met minderen.
Met stoppen.
Maar ík niet.
En dat is niet omdat ik nog zo nodig door moet. Of iets te bewijzen heb.
Nee. Het is omdat ik voor mijn gevoel nog niet eens écht begonnen is. Alsof ik nog steeds niet echt mijn eigen ding heb kunnen doen.
Pas een paar jaar geleden ontdekte ik waarom ik steeds vastliep.
Keer op keer.
Waarom ik steeds weer met dat gevoel rondliep.
En precies dát werd het begin van het werk dat ik nu doe.
Of eigenlijk: nog te doen heb.
Dus ja…
Ik voel me alsof ik net begonnen ben. Ook al ben ik de 50 ruim gepasseerd.
En dan krijg je die vraag.
Op een moment dat je voelt: ik ben er nog niet. Ik begin net.
Dat is een raar punt.
Want probeer dat maar eens uit te leggen.
Dat je rond de vijftig bent. Of zestig.
En dat stoppen geen optie is.
Omdat je dan iets van jezelf achterlaat wat nog niet eens echt vorm heeft gekregen.
Dat je voelt:
“Ik heb meer te brengen dan er nu uit komt. Maar ik weet niet hoe ik daar bij kom.
Hoe ik het kan laten werken. En wát ik ook probeer, het ontglipt me steeds weer.
Maar als ik nu opgeef dan geef ik mezelf op en verdwijn ik.”
Dat gevoel heb ik heel lang gehad.
Alsof ik nog niet aan de beurt was geweest.
En dat is niet een beetje frustrerend.
Dat is écht frustrerend.
Want aan de buitenkant lijkt alles toch normaal?
Je werkt.
Je doet dingen.
Je bouwt van alles op.
je hebt verantwoordelijkheid gedragen.
Je bent er geweest voor anderen.
Maar vanbinnen…
voelt het alsof je er nét naast zit. Steeds op de verkeerde stoel.
Je bent nog niet klaar.
Alsof je steeds weer aan de zijlijn staat.
Alsof je weet dat je iets kunt maar je krijgt het niet echt te pakken.
En het lastigste is misschien nog wel:
je kunt het niet uitleggen.
Niet aan anderen.
Maar ook niet aan jezelf.
En om het daarmee nog ingewikkelder te maken: je krijg eerder weerstand of commentaar dan begrip als je het toch probeert uit te leggen.
Tja, hoe kan het ook anders?
Want wat zeg je dan?
Dat je voelt dat er meer in zit, maar je kunt het niet concreet maken.
Dat je dingen ziet en kunt, maar niemand vraagt ernaar.
Dat je talent hebt, maar je kunt het niet verzilveren. Laat staan: bewijzen!
Succes ermee.
De wereld werkt daar niet op.
De wereld vraagt:
Waar is je bewijs?
Wat heb je gedaan?
Wat kun je laten zien?
Hoe weet je dat?
Wie zegt dat jij dat kan?
Dus ga je je aanpassen.
Je gaat twijfelen.
Aan jezelf.
Je denkt dat je niks kan. Of in ieder geval niet goed genoeg.
Want je hebt er geen vorm voor.
En ondertussen doe je echt je best.
Je werkt hard. Misschien wel harder dan anderen. In de hoop dat dat het verschil zal maken. Maar nee, meestal juist niet.
Het voelt nooit alsof je op de juiste plek zit.
Je gaat dingen doen die een beetje kloppen.
Je duwt jezelf in vormen waar je nét in past.
Je probeert mee te doen.
Door te zetten.
Flink te zijn.
Aan te passen.
Tot het niet meer gaat.
En dat begint het zich te wreken in bitterheid, ongeduld, lichamelijke klachten, burn-out of bore-out. Verkeerde dingen eten, chagrijnig worden.
Nou ja verzin het maar.
En ergens komt die vraag terug.
Waarom ben ik nooit echt tevreden?
Waarom voelt het alsof ik altijd iets anders zoek?
En soms hoor je het ook van buitenaf:
Wat wíl je nou eigenlijk?
Waarom moet je altijd iets anders dan de rest?
Waarom denk je dat je het beter weet?
Waarom blijf je niet gewoon bij wat je doet?
En ondertussen…
voel je je ongezien.
En als dat lang genoeg duurt gebeurt er iets met je.
Je wordt moe. Of vlak.
Of juist scherp vanbinnen.
En je gaat twijfelen. Vooral aan jezelf.
Ik heb dat allemaal gekend.
Tot ik op een punt kwam dat ik alleen nog maar voelde:
“Dit niet meer, zó wil ik het niet meer”
Maar wat dan wel?
En HOE dan wel?
Geen idee.
De ommekeer kwam toen ik ontdekte dat ik volgens Human Design een Projector ben. Een gids, adviseur dus geen bouwer of een doener.
Met een 1/3 profiel, leren door vallen en opstaan, experimenteren en testen. Ontdekken wat werkt en wat Niet werkt.
En precies dat is mijn werk geworden. En alles wat ik meemaakte is onderdeel van deze reis.
Of het nu leuk was of niet.
En dat is precies waar het begint.
Niet bij stoppen
maar bij toegeven dat je nog een volgende fase voelt aankomen.
Dus als iemand mij vraagt:
Wanneer ga jij met pensioen?
Dan is het antwoord simpel:
Nog niet.
En het mooie is: hier op Substack heb ik het gevoel dat ik dit gewoon kan schrijven. Niks Seo regels of andere algoritme praatjes.
Veel vrouwen die op latere leeftijd ontdekken dat ze volgens Human Design Projector zijn, herkennen zich in dit punt.
